Voor kinderen wordt de computer (en internet) meer en meer een vanzelfsprekendheid, thuis en op school.
This is the first generation born with a mouse in their hands and a computer screen as their window on the world. Tweens understood icons before they could read. They now surf the net with an ease and speed that belongs only to those who are at home in cyberspace.
(Lindstrom & Seybold, 2003, p.3: Brandchild: remarkable insights into the minds of today’s global kids and their relationships with brands, London: Kogan Page).
De komst van de computer is te vergelijken met de intrede van de boekdrukkunst (aldus prof. Dr. Wim Veen, TU te Delft). Nu al blijkt dat kinderen vooruit lopen op hun ouders en leraren in hun kennis van de computer en internet. Leraren primair en voortgezet onderwijs hebben nog een belangrijke inhaalslag te maken wat dit betreft. De kinderen van nu groeien op in een beeldcultuur die hun leven bepaalt. Zij hebben een sterke voorkeur voor beelden, geluid, kleuren en actie. Dit is van grote invloed op hun (leer)gedrag op school.
Kids are certainly not too stupid for school. Perhaps school is too stupid fort hem. Too stupid, too slow, too uncolourful, too mono for a bunch of kids for whom speed, excitement, words, pictures, sound and film are all part of acquiring and passing on information, all ways of tellig stories. At some point, decisions about the way we educate our kids will have to take a much more radical stance (….). The form, “content” and method of knowledge delivery within schools is out of sync with the way that people learn elsewhere, with what they value, with what count in the world.”
(Barham, N., 2004, p.234: Disconnected: Why Your Kids Are Turning Their Backs On Everything We Knew, London: Ebury Press).
Met de keuze voor een digitale leerlijn willen we recht doen aan het nieuwe leren dat de moderne leerling van ons vraagt:
- leerlingen leren spelenderwijs;
- leerlingen worden uitgedaagd om iets te “doen”;
- zelfstandig leren, werken, onderzoeken;
- thema’s worden aangeboden in een betekenisvolle context;
- thema’s en oefeningen worden niet lineair aangeboden, maar leerlingen kunnen zelf keuzes maken;
- er wordt een rijke leeromgeving aangeboden; naast het “digitale hart” van de leerlijn ontwikkelen we ook additioneel materiaal, waarmee in de groep (in de kring) of in kleine groepjes coöperatief geleerd kan worden.