Natuurlijk leren

My name is Tom gaat om natuurlijke taalverwerving en past om deze reden goed bij het natuurlijk leren. Dit neemt niet weg dat de methode My name is Tom ook heel goed is in te zetten in scholen met een wat traditionelere onderwijsvorm, maar die open staan voor vernieuwing als zelfstandig werken en coöperatief leren (en digitaal leren).

De visie waarop het natuurlijk leren is gestoeld heeft te maken met holistisch denken. Leren is geen lineair proces; kinderen leren het meeste als ze zelf keuzes kunnen maken, als ze door een krachtige leeromgeving uitgedaagd worden, als ze zelfstandig en verantwoordelijk zijn voor hun werk, maar ook: als ze er aan toe zijn. Hetzelfde geldt ook voor taalverwerving; kinderen moet Engels aangeboden worden als ze er aan toe zijn. Dan moet er wel gezorgd worden voor de mogelijk om dit op een rijke manier te doen.

Formele leerstructuren remmen af. Als kinderen een krachtige leeromgeving wordt geboden, waarin ze (vaak ook spelend) leren, ontwikkelen ze op een natuurlijke manier. Cognitieve ontwikkeling en persoonlijke ontwikkeling staan niet los van elkaar. Het is belangrijk dit goed te onderkennen. In Nederland is men gewend om kinderen:

  • les te geven;
  • hapklare brokken aan te bieden;
  • op een moment dat de leraar het zegt;
  • en op een manier waarvan de leraar vindt dat dit het beste is.
 
Toch is het belangrijk om te beseffen dat een kind pas goed leert als:
  • het kind er rijp voor is;
  • als alle zintuigen worden geprikkeld;
  • als rekening wordt gehouden met de behoeften van het kind;
  • het natuurlijke leerproces van het kind wordt gevolgd;
  • als het kind zelf keuzes kan maken.
 

Natuurlijk leren (in dit geval natuurlijke taalverwerving) in de onderbouw ziet er anders uit dan in de bovenbouw. Voor de totale leerlijn Engels geldt dat het gaat om:

Betekenisvol leren (wat is de zin van deze leertaak)
Als prestaties voor leerlingen betekenisvol zijn, heeft het leren daarvan voor de leerlingen een “natuurlijke” kwaliteit. Leren gaat meer vanzelf als de taak betekenisvol is en als ze plezier beleven aan leren.
 
Contextueel leren (waar herken ik mijzelf in deze leertaak)
Woordjes uit het hoofd leren en grammatica stampen waren vaste onderdelen bij het verwerven van een vreemde taal. Uit onderzoek is gebleken dat “uit het hoofd” leren van vocabulaire en grammatica juist leidt tot een blokkade in het spreken van de vreemde taal. Woorden en zinnen leren binnen de context van een thema dat dicht bij de belevingswereld van het kind ligt, is een “must” om leerlingen uit te dagen tot leren en leidt tot betere consolidatie van woorden en betere spreekvaardigheid.

Autonoom leren (ik kan het zelf en ik doe het zelf)
Als kinderen eigenaar worden van hun eigen leerproces voelen zij zich ook zelf verantwoordelijk voor dat proces. Deze zelfsturing is cruciaal. Zelfsturing geeft zelfvertrouwen. Adaptief onderwijs wordt op deze manier op een natuurlijk wijze vormgegeven.

Transferabel leren (wat levert het mij op, wat heb ik eraan, wat doe ik ermee)
Als Engels een “vak” is op zich, als de vreemde taal wordt aangeboden als doel en niet als middel (tot communicatie), dan is er geen sprake van echt leren. Het is belangrijk dat leerlingen ontdekken dat je met Engels veel kunt: op vakantie met buitenlandse kinderen spelen en praten, op vakantie in het buitenland een ansichtkaart kopen voor je oma, enz. Kinderen vinden het “cool” als ze Engels kunnen praten, maar tegelijkertijd ontdekken ook ze dat de wereld groter is dan Nederland.

Sociaal constructivistisch leren (samen leer je meer)
Naast zelfstandig werken is het ook belangrijk dat kinderen ontdekken dat je samen meer leert dan alleen. In de bovenbouw van de basisschool zie je dat kinderen veel leren van grote(re) projecten die ze samen doen. In dat leerproces laten kinderen veel van hun eigen kwaliteiten zien. In de bovenbouw is het taaldorp een goed voorbeeld van sociaal constructivistisch leren. Dan ligt de nadruk op communicatie en het komen tot transfer: van receptief taalgebruik naar communicatief taalgebruik. In de onderbouw zal het “samen leren” vooral te zien zijn in de kringgesprekken en groepsgesprekken en – activiteiten, waarbij de leerkracht liedjes zingt, spelletjes doet en TPR-oefeningen doet met de leerlingen die corresponderen met het zelfstandig werken op de computer.

 
© Groen Educatief